= vrijheid van meningsuiting = 

‘Als je geschorst wordt, ben je aangeschoten wild’

Wie de vuile was buiten hangt over zijn eigen school, loopt dat kans dat hij op het matje wordt geroepen. Of erger. Maar wie bepaalt er eigenlijk hoe ver je kunt gaan? En wat gebeurt er als je over de grens heen stapt?


23 OKTOBER 2020 (AOB.NL)  • TEKST ARNO KERSTEN - REDACTIE ONDERWIJSBLAD - 


Wat onwennig, op een houten stoeltje in de gang bovenaan de trap van het statige kantongerecht in (…), de handen in de schoot gevouwen, wachtte de docent haar raadsman op. Af en toe gleed haar blik opzij. Tien meter verderop, in de wachtkamer, was de leiding van Roc (…) neergestreken met een vierkoppige delegatie – onderwijsdirecteur, personeelsdirecteur, bestuursvoorzitter en een advocaat – de hemdsmouwen opgestroopt en jasjes over de rugleuningen gehangen.

Paula van Manen, docent en lid van de ondernemingsraad, zat op dat moment al meer dan acht maanden geschorst thuis. De docent had een geanonimiseerd boek gepubliceerd over de invoering van gepersonaliseerd onderwijs bij haar eigen pedagogische opleiding. Een persoonlijke vertelling over de impact op docenten en studenten, die worstelden met de ingrijpende onderwijsvernieuwing. Haar boodschap was helder: ze stond voor wat ze schreef en ze wilde heel graag weer aan de slag. In haar team of desnoods op een andere plek binnen de organisatie. Haar functioneren als docent stond niet ter discussie. Die dinsdagochtend in de laatste warme week van de zomervakantie, kreeg ze bij de rechtbank eindelijk de kans zich te verweren tegen haar dreigende ontslag.

Het bestuur hield tijdens de zitting de voet stevig tegen de deur. Sommige medewerkers waren achter de pseudoniemen in het boek herkend, voelden zich in hun vertrouwen geschonden. Het ging niet om de kritiek an sich, aldus de roc-leiding, maar om de manier waarop: die had ze intern moeten bespreken. Dat Van Manen zich tijdens het vergeefse mediationtraject bleef verzetten tegen haar schorsingen bij de landelijke beroepscommissie en zich later op haar website strijdbaar uitliet, was niet in goede aarde gevallen. Er zou nergens een passende plek te vinden zijn binnen de instelling – volgens het jaarverslag een school met duizend medewerkers, drie onderwijsdirecties en tientallen opleidingsteams. “Ik zie absoluut en oprecht geen enkele weg terug”, verklaarde bestuursvoorzitter (…). De rechter keek beide partijen fronsend aan. “Het heeft denk ik weinig zin om u nog opnieuw bij elkaar te zetten”, sprak hij.

Het bleek een prelude op de uitspraak die begin september volgde. Van de drie gronden die het roc-bestuur aanvoerde voor ontslag, vond de rechter alleen de ‘verstoorde arbeidsrelatie’ zwaarwegend genoeg. Hij gaf de werkgever toestemming om Van Manens arbeidsovereenkomst per 1 oktober te ontbinden.


Belemmeren

Nestbevuiling. Wie publiekelijk kritiek levert op zijn eigen school, instelling of organisatie, krijgt al snel dat soort verwijten om de oren. De vuile was buiten hangen, dat doe je toch niet? Maar waarom niet? Hoe ver kun je gaan? Wie bepaalt de grens? En wat gebeurt er als je over die grens heen stapt?

De grens wordt getrokken door de werkgever, in eerste instantie. Ton van Haperen, economiedocent in het voortgezet onderwijs en lerarenopleider, Onderwijsblad-columnist en publicist, weet als geen ander hoe dat werkt. Al twintig jaar wordt hij – bij tijd en wijle – aangesproken op de inhoud van zijn kritische columns, artikelen en boeken. “Dat vind ik ook helemaal geen probleem. Als je schrijft, moet je je daar ook voor kunnen verantwoorden. De andere kant heeft ook het recht om te zeggen wat hij ervan vindt. Zo’n gesprek begint dan vaak met: Ton, ik wil je niet belemmeren in je schrijven, maar… Dan weet je dat je een grens nadert.”

Je moet zorgen dat je rationeel blijft en niet in de emotie schiet, aldus Van Haperen. “Van beide kanten. Ik wil er geen jankverhaal van maken, we zijn er altijd goed uitgekomen. Het is bij mij nooit zo ver gekomen dat je op non-actief wordt gesteld en vervolgens de tent wordt uitgewerkt. Dat komt ook omdat mijn bestuurders ervoor gekozen hebben om dat niet te doen. Ik denk dat de kosten van zo’n procedure, alleen al de negatieve publiciteit, voor de school veel groter zijn dan de opbrengsten.”

De ene manager is de andere niet, situaties zijn ook nooit helemaal vergelijkbaar. Maar een gemene deler is wel: schoolbestuurders proberen grip te houden op het imago van de organisatie om lelijke beeldvorming te voorkomen of te bestrijden. Daarbij speelt de concurrentie tussen scholen onderling – een gevolg van de leerling- en studentbekostiging – ook een rol, reageert AOb-bestuurder Tamar van Gelder. “Als je negatief in het nieuws komt, loop je misschien wel aanmeldingen mis en dus inkomsten.”

Een werkgever heeft natuurlijk rekening te houden met allerlei belangen. Naast die van een individuele werknemer weegt hij ook de belangen van een team als geheel, de continuïteit van het onderwijs. “De naam van de school kan een reëel belang zijn”, aldus Loe Sprengers, voorzitter van commissies van beroep voor het funderend onderwijs, mbo en hbo. Daarnaast is hij onderwijsadvocaat met een eigen kantoor. “Je ziet dat scholen meer waarde zijn gaan hechten aan goede publiciteit en beeldvorming.”

 

Escalatie

Een medewerker op non-actief stellen, is een ingrijpende stap. Hoe vaak dat gebeurt, is gissen. Bij de beroepscommissie funderend onderwijs, bijvoorbeeld, gingen vorig jaar 30 van de 61 zaken over een schorsing. Maar dat zijn alleen de kwesties die op het bordje van de commissie belanden omdat de docent tegen de beslissing in beroep is gegaan. Kwesties die draaien om een docent die met een publicatie uit de school is geklapt, krijgt de commissie weinig voorgelegd.

Van de ene op de andere dag zit je thuis, afgesloten van je collega’s en werkomgeving. “Dat hakt er behoorlijk in”, beaamt Sprengers. De meeste schorsingen worden opgelegd als tijdelijke ordemaatregel. “Een schorsing als ordemaatregel kan functioneel zijn om de ruimte te creëren die nodig is om uit te zoeken wat er aan de hand is. Maar zo’n schorsing moet met de juiste gronden onderbouwd zijn en niet langer duren dan noodzakelijk is. In de zaken die we zien schort het daar nog wel eens aan. Als de leraar verwijderd is van zijn werkplek lijkt het probleem weer even opgelost. Je ziet dat daarbij niet in alle gevallen even adequaat met de belangen van de geschorste werknemer wordt omgesprongen.”

Je kan de maatregel aanvechten, maar de commissie van beroep toetst een schorsing marginaal: is de procedure correct gevolgd? Bovendien kost zo’n beroepszaak tijd en ligt er in de praktijk vaak pas een uitspraak als de volgende schorsing alweer is ingegaan, tenzij je een voorlopige voorziening aanvraagt. En hoewel de ordemaatregel bedoeld is om rust te brengen, werkt het vaak juist ook escalatie en verwijdering in de hand.

“Je krijgt een sfeer waarin mensen denken: Daar zal ook echt wel wat aan de hand zijn, anders word je niet geschorst. Ook als daar helemaal geen bewijs voor is”, reageert onderwijsadvocaat Wouter Pors, die onder andere Paula van Manen bijstaat. “De docent die geschorst thuis zit, is aangeschoten wild.” Helemaal als de schorsing maanden en maanden blijft voorslepen en een werkgever zelf steeds meer partij wordt in het conflict. “Hoe langer je weg bent van je werkplek, hoe moeilijker het wordt om terug te keren”, aldus AOb-bestuurder Van Gelder. “Vaak sta je dan al met één been buiten.”


Loyaliteit

In werkelijkheid draagt alleen al dat proces van een time-out vaak bij aan een verstoorde arbeidsrelatie, een grond voor werkgevers om bij de kantonrechter de docent te kunnen ontslaan. “Het vergt enige moed, maar een rechter hoeft daar geen genoegen mee te nemen”, zegt Pors. In het hbo stond de advocaat ooit een docent bij die op deze grond ontslagen dreigde te worden. “De rechter zei tegen de werkgever: Dat is grotendeels uw schuld, u moet de werknemer weer aan het werk laten gaan. Dan krijg je toch een moeizame situatie. In dit geval bleef de werkgever conflicten zoeken. En toen heeft de werknemer zelf ontbinding van het contract verzocht, stonden we weer voor dezelfde rechter en heeft de docent een hoge vergoeding toegewezen gekregen.”

In de zaak Van Manen besloot de kantonrechter anders. Hoewel hij het op zichzelf geen reden voor ontslag noemt, rekent hij het de docent ook aan dat ze door haar publicatie in strijd heeft gehandeld met de ‘discretie en loyaliteit’ die van haar in het kader van ‘goed werknemerschap’ verwacht zou mogen worden. “Dat vind ik opmerkelijk”, zegt Pors. “Het is niet zo dat er voor leraren een soort algemene geheimhoudingsverplichting zou gelden. Dit gaat wel degelijk over de vrijheid van meningsuiting. Je kan verwachten dat mensen nu nog terughoudender worden met het uiten van kritiek.”

“Een leidinggevende op een vorige werkplek zei wel eens: Nou Laurensz, eens kijken wat je nou weer voor onzin hebt opgeschreven”, vertelt Onderwijsblad-columnist en docent Nederlands Laurensz Rötgers. “Die ging er luchtig mee om. Maar ik maak altijd een afweging of ik iets opschrijf of niet. Het is ook best wel eens voorgekomen dat ik een heel sprekend verhaal had meegemaakt, waarvan ik vooraf wist: als ik dat opschrijf, krijg ik daar problemen mee. En toen heb ik het niet gebruikt.” Sinds afgelopen zomer heeft Rötgers een nieuwe baan, bij Roc (...). “Ik heb vooraf wel aangegeven dat ik columns in het Onderwijsblad schrijf. Dat is wel zo netjes als je ergens aangenomen wordt.”

Discussie en debat horen bij het geestelijke klimaat binnen een onderwijsinstelling, betoogt Sprengers. “Als je leerlingen wilt opvoeden en voorbereiden op hun rol in onze samenleving, dan stel je ze bloot aan verschillende meningen en opvattingen. Daar zou je wat mij betreft als instelling zelf ook niet te krampachtig mee om moeten gaan.”


(Beeld boven en onder het artikel: Nina Maissouradze)

NB In het kader van 'vrijheid van meningsuiting' is dit artikel (toen met de kop 'Uit de school geklapt') ook verschenen in het oktober-nummer 2020 van het Onderwijsblad (AOB).

Terug naar de startpagina: HOME